Aanleiding
De wooncrisis houdt velen van ons dagelijks bezig. Er is een grote behoefte aan woningbouw in alle soorten en maten en in grote hoeveelheden, bijna een miljoen de komende jaren. Hoe kan dit beleidsmatig en juridisch gerealiseerd worden?
Voor huisvesting heeft de overheid grondwettelijk een zorgplicht. Gemeenten moeten woonvisies (straks volkshuisvestingsprogramma's) maken, waarop woningcorporaties moeten bieden om tot prestatieafspraken te komen. Ook spelen prioriteiten van het Rijk een rol, zoals verwoord in het Nationale Woon- en Bouwagenda en het Programma Woningbouw. Straks (met de Regiewet), klinken die prioriteiten ook door in nationale volkshuisvestingsprogramma’s en maken ook provincies volkshuisvestingsprogramma’s.
Naast gemeenten, spelen woningcorporaties in de volkshuisvesting een grote en bepalende rol. Zij moeten zich primair richten op hun kerntaak: de doelgroep huisvesten, maar ook in de middenhuur wordt veel van hen gevraagd. Het uitgangspunt is dat corporaties zelf hun bouwplannen moeten financieren. Het stelsel legt corporaties spelregels op. Gemeenten bepalen het beleid, op basis waarvan prestatieafspraken worden gemaakt. Decentraal dus, maar binnen een wettelijk kader.
De minister van VRO probeert daarnaast de regie te pakken via het Programma Woningbouw en Regiewet, die niet alleen de spelregels voor woningcorporaties verandert, maar ook de regels voor het bepalen van beleid op basis van de Omgevingswet, de Huisvestingswet en de Wmo 2025. De overheid heeft voor de uitvoering wel marktpartijen en corporaties nodig. De twee bestuurslagen (gemeenten en de Minister) hebben beide hun wensen en de provincie gaat met de Regiewet ook een belangrijke rol spelen.
Wat bepaalt de Woningwet over de afstemming tussen de overheid en corporaties? Gaat het heel anders worden in de toekomst?
Alle partijen zijn sterk gebonden aan de mogelijkheden en onmogelijkheden van de wettelijke spelregels, met name de Woningwet. Die zijn complex en veranderen vaak. Tegelijk wordt er veel van vooral corporaties gevraagd.
Bent u voldoende op de hoogte van de complexe juridische regelgeving? Kent u de Woningwet en kent u de beperkingen en mogelijkheden? En welke wetgeving speelt nog meer een rol?
Inhoud en resultaat
In deze basiscursus wordt inzicht gegeven in het systeem van het volkshuisvestingsrecht en wonen. Daarbij komen de belangrijkste juridische aspecten en thema’s die hierin spelen, aan bod. Continu wordt ingezoomd op actuele discussies en ontwikkelingen binnen het volkshuisvestingsrecht en wonen, waarbij ook ingegaan wordt op de raakvlakken met het omgevingsrecht, civiele recht, huurrecht, aanbesteding en staatssteun.
Vanuit het heldere overzicht dat met de cursus wordt geboden, kan de wetgeving, maar kunnen ook de diverse ontwikkelingen in de volkshuisvesting, beter worden begrepen. Het wordt duidelijker wat van de verschillende partijen wordt verlangd, maar ook hoe elke partij haar eigen positie kan versterken in de uitoefening van haar taken en het uitvoeren van haar activiteiten.
Doelgroep
De cursus is bestemd voor:
- beleidsmedewerkers en juristen volkshuisvesting/wonen bij gemeenten, provincies en het Rijk
- juristen en beleidsmedewerkers van woningcorporaties
- bestuurders / toezichthouders van woningcorporaties
- juristen van ontwikkelaars, beleggers en zorginstellingen
- medewerkers van huurdersverenigingen
- notarissen en advocaten
Deze basiscursus biedt je, als je in of met de volkshuisvesting werkt een stevige basis onder jouw kennis over het volkshuisvestingrecht. Je zult beter beslagen ten ijs komen en de kansen en risico's beter in kaart kunnen krijgen.