De bestuurlijke boete (titel 5.4 Awb) is een punitievesanctie: een straf voor het plegen van een overtreding, nadrukkelijk nietgericht op herstel. De boete is een onvoorwaardelijke verplichting tot betalingvan een geldsom en kan uitsluitend worden opgelegd aan overtreders — plegers enmedeplegers. Het bijzondere van de bestuurlijke boete is dat zij eenbestuurlijke sanctie is met zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijketrekjes. De boete wordt opgelegd bij besluit, waartegen bezwaar en beroepopenstaat. Daarmee gelden de gebruikelijke bestuursrechtelijke beginselen:zorgvuldigheid, deugdelijke motivering, gelijkheidsbeginsel en het verbod vanwillekeur. Tegelijk moet de hoogte van de boete worden afgestemd op de ernstvan de overtreding en de mate van verwijtbaarheid — het evenredigheidsbeginsel.
Vanwege het bestraffende karakter gelden bovendienfundamentele strafrechtelijke waarborgen. De overtreder moet worden gehoord, nadathem de cautie is gegeven: het recht om te zwijgen en niet mee te hoeven werkenaan zijn eigen veroordeling. Daarbij heeft hij recht op juridische bijstand vaneen advocaat. De overtreding moet hem te verwijten zijn (art. 5:41 Awb) en hijmag niet tweemaal voor hetzelfde feit worden beboet. De bestuurlijke boetekwalificeert als criminal charge in de zin van artikel 6 EVRM.Dat brengt specifieke waarborgen mee: onder andere recht op een eerlijke enopenbare behandeling door een onafhankelijke rechter, de onschuldpresumptie —iedereen is onschuldig totdat het tegendeel is bewezen — en hetzwijgrecht.
Vooral bij veelvoorkomende overtredingen is de bestuurlijkeboete een geschikt instrument. Het strafrecht voelt al snel als "tezwaar" — de overtreder krijgt een strafblad — terwijl herstelsancties nietaltijd snel genoeg tot het gewenste resultaat leiden. Met de bestuurlijke boetekan het bestuursorgaan overtreders bestraffen én toekomstige overtredersafschrikken. In deze praktijkgerichte workshop brengt mr. dr. R. Stijnen u inéén dag op de hoogte van alle relevante ontwikkelingen — van cautie en zwijgrechttot de vernieuwde evenredigheidstoets en het ne bis in idem-beginsel — zodat ujuridisch houdbare boetebesluiten neemt die standhouden bij de rechter.
Inhoud en resultaat
Na de workshop:
- weten deelnemers hoe de belangrijkste bepalingen uit Titel 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht en relevante materiewetten (o.a. Wet goed verhuurderschap, Huisvestingswet) in de praktijk werken;
- kennen zij de actuele beoordelingskaders die uit de rechtspraak voortvloeien, waaronder de vernieuwde evenredigheidstoets (geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid);
- kunnen zij een eigen beoordelingskader smeden dat de vertaling maakt van wettelijke regels én jurisprudentie naar de handhavingspraktijk van hun organisatie;
- herkennen zij de valkuilen bij bewijsvergaring, cautieplicht en zwijgrecht die in de praktijk tot vernietiging van boetebesluiten leiden.
Doelgroep
De workshop is bestemd voor uitvoerend medewerkers vanoverheidsorganisaties die bevoegd zijn tot boeteoplegging,handhavingsmedewerkers, handhavingsjuristen en juristen bezwaar en beroep.Verder is de cursus waardevol voor professionals in de tweede lijn:beleidsmedewerkers handhaving, rechtshulpverleners, leden vanbezwarencommissies en advocaten bestuursrecht.