Print deze pagina

Nieuws

8 nov 2012

Belanghebbende: wie wel en wie niet? Jurisprudentie gaat continu door.


In het bestuursrecht draait het om de belanghebbende. Aan hem is het recht van aanvraag, zienswijze, bezwaar en beroep toegekend. De belanghebbende is gedefinieerd in artikel 1:2 van de Awb, maar wordt verder verfijnd via een continue stroom aan jurisprudentie.

Artikel 1:2 van de Awb, lid 1 noemt “degene wiens belang bij het besluit is betrokken” als belanghebbende. Lid 3 bepaalt dat een rechtspersoon belanghebbende is bij het besluit dat de algemene en collectieve belangen raakt welke de betreffende rechtspersoon krachtens zijn doelstellingen en blijkens zijn feitelijke handelingen in het bijzonder behartigt.
Voor de praktijk is van belang, goed op de hoogte te zijn van de actuele invulling van het belanghebbendebegrip. Bedacht moet immers worden dat een onjuist omgaan hiermee kan leiden tot een ambtshalve niet-ontvankelijkverklaring in de fase van beroep of hoger beroep. Met alle financiële en juridische consequenties van dien.

De rechtspraak heeft in een lange en constante reeks van uitspraken invulling gegeven aan het belanghebbendebegrip. Als je de ontwikkeling van die rechtspraak nader beschouwt, is de conclusie gerechtvaardigd dat de belanghebbende een dynamisch begrip is in het bestuursrecht. Met regelmaat wordt de kring van personen, entiteiten en hoedanigheden die wensen te worden aangemerkt als “belanghebbende” aangepast. Deze aanpassing komt in de regel neer op een uitbreiding van het aantal doelgroepen die zich voortaan met het label “belanghebbende” mogen tooien.

Een rechtspersoon wordt als zodanig gedefinieerd in artikel 2:3 BW. Een maatschap en een vennootschap onder firma (vof) zijn per definitie geen rechtspersoon naar privaatrecht.  Niettemin hebben deze entiteiten sinds kort wel een status in het bestuursrecht. De Afdeling bestuursrechtspraak (LJN BV6573) heeft uitgesproken dat zij vallen onder de woorden “degene wie” als genoemd in artikel 1:2 lid 1 Awb. De desbetreffende entiteit moet wel als zodanig herkenbaar zijn in het rechtsverkeer, terwijl inschrijving in het handelsregister niet verplicht wordt gesteld door de Afdeling.

Een comité als zodanig is in het burgerlijk recht rechtspersoon, zij het met onvolledige rechtsbevoegdheid. In het bestuursrecht is een comité slechts belanghebbende in de zin van artikel 1:3 lid 3 als aan een aantal door de Afdeling bestuursrechtspraak (LJN BC6406) geformuleerde criteria wordt voldaan. Enkele hiervan zijn: er moet een ledenbestand zijn en ook een organisatorisch verband, de leden moeten regelmatig in vergadering bijeen komen en er moet een bestuur zijn. Ook moet de organisatie als eenheid naar buiten treden.

Een vereniging die opkomt voor de belangen van een wijk of buurt kan belanghebbende zijn als namens de inwoners van die buurt wordt opgekomen voor de belangen van de buurt. Een effectieve rechtsbescherming is gediend met het aldus bundelen van rechtstreeks bij het besluit betrokken (identieke) belangen. Een dergelijke bundeling van belangen merkt de Afdeling bestuursrechtspraak (LJN BC6406) aan als “feitelijke werkzaamheden” als bedoeld in artikel 1:2 lid 3 Awb.
Ook een Vereniging Van Eigenaren (VVE), die ingevolge artikel 5:112 BW verplicht moet worden ingesteld door de eigenaren van een appartementencomplex doet aan behartiging van gebundelde belangen. Een dergelijke vereniging komt uit haar aard op voor de gemeenschappelijke belangen van de bewoners, ook al is dit niet in de statuten vastgelegd. Een dergelijke Vereniging is hierdoor belanghebbende, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak (LJN BM1060).
Dit is zomaar een greep uit de huidige stand van het jurisprudentie met betrekking tot het belanghebbendebegrip. Ten aanzien van individuele personen, voor wie artikel 1:2 lid 1 Awb is geschreven,  is de Afdelingsrechtspraak anno 2012 uitermate fijnmazig geworden.

Voor wie werkzaam is in de dagelijkse praktijk en het voor hem of haar van belang is, op de hoogte te zijn van de invulling van het belanghebbendebegrip in de rechtspraak, is het goed om te weten dat sinds kort het boek Jurisprudentie Awb op de markt is verschenen, waarin op tal van thema’s en onderwerpen uit de Algemene wet bestuursrecht alle actuele rechtspraak op zeer gedetailleerde wijze in kaart is gebracht. Het is geschreven door mr. Olaf Schuwer, zelf afkomstig uit de dagelijkse bestuurs- en adviespraktijk en als geen ander op de hoogte van de actuele stand van zaken van de Afdelingsjurisprudentie op het gebied van de Awb, voorzover relevant voor de praktijk. Verder geeft de auteur op 6 december over hetzelfde onderwerp een cursus.