Aanpak leegstand platteland | Berghauser Pont Academy

Data:
  • 23 november 2017
Tijden:
  • 9.30 - 16.30 uur
Locatie:
  • Rond Eindhoven
Prijs:
  • € 595 (ex btw)
Collega's mee voor korting
Print deze pagina
1-daagse cursus

Aanpak leegstand platteland


Theorie en praktijk van functieverandering van VAB's

  • Leegstand van agrarische bedrijfsgebouwen gaat binnen 15 jaar explosief toenemen
  • Wat betekent dit voor de leefbaarheid en vitaliteit van het platteland?
  • Hoe kunnen wij dit probleem het beste aanpakken?
  • Gezamenlijke aanpak van VAB’s is hard nodig
  • Via Uitnodigingsplanologie en Nu al eenvoudig beter (nieuwe Omgevingswet)
  • Van Nee, tenzij naar Ja, mits
  • Met praktijkexcursies in de middag


Inleiding

De komende jaren zal de leegstand van agrarische bedrijfsgebouwen op het Nederlandse platteland explosief toenemen. Naar verwachting (Alterra) staat in 2030 ruim 15 miljoen m2 agrarisch vastgoed leeg. Deze verwachte leegstand van Nederlandse boerenerven komt o.a. voort uit het gebrek aan bedrijfsopvolging. Recente cijfers van het CBS geven aan dat 15.000 boeren geen opvolger hebben.

Behalve een opvolgingsprobleem is er ook een herbestemmingsprobleem. Het wordt steeds moeilijker om nieuwe economische bestemmingen te vinden voor boerderijen, schuren en stallen, die hun agrarische functie verliezen. Daarnaast zijn boeren zich onvoldoende bewust wat zij moeten doen om hun bedrijf op de juiste manier zonder financieel verlies te beëindigen. Afroming van stakingswinsten (staking = bedrijfsbeëindiging) en 50% belastingheffing over de meerwaarde bij functiewisseling doen vele boeren besluiten om de stap nog 10-15 jaar uit te stellen. Als herbestemming niet lukt en leegstand bij steeds meer boeren dreigt, staat de leefbaarheid, vitaliteit en kwaliteit van het buitengebied op het spel. Doordat het probleem slecht waarneembaar is, is deze dreiging nog groter.

Om verpaupering van het landelijk gebied door leegstand en berusting te voorkomen, is flexibele herbestemming, en (regionaal georganiseerde) sloop van agrarische gebouwen van groot belang. Het is zaak om dit effectief en collectief aan te pakken. Dit kunnen boeren niet alleen, dat moeten ze doen samen met gemeenten, regio’s, provincies, landbouworganisaties, banken en erfbetreders. Zo’n aanpak biedt ook kansen voor revitalisering en ruimtelijke kwaliteitsverbetering van het landelijk gebied.


Inhoud en resultaat

Deze cursus maakt de deelnemer meer bewust van de ernst van het probleem en hoe hiermee in de toekomst om te gaan. We moeten af van het paradigmaniet-agrarische activiteiten zijn niet welkom in het buitengebied. Meer maatwerk, oftewel per initiatief bekijken of het kan en wenselijk is en vervolgens beleid ontwikkelen. Meer meebewegen, faciliteren en begeleiden, in plaats van afwijzen. Bij ambtenaren is een bredere en meer integrale kijk nodig om dit te realiseren. Dit alles hoort bij de nieuwe manier van werken via uitnodigingsplanologie en Nu al eenvoudig beter in de geest van de Omgevingswet. Dus een meer Ja, mits in plaats van Neetenzij. Er komen volop nieuwe kansen in het buitengebied. Hoe ga je dit faciliteren als gemeente?

De cursist heeft na afloop van de cursus:

  • een beter inzicht in de problematiek van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB);
  • meer inzicht in de achtergronden van het beëindigingsproces van boeren;
  • meer inzicht in het flexibele proces van functieverandering;
  • meer kennis van de regelgeving (wat kan en mag);
  • meer kennis van het ‘Kleurenpalet’ (waar liggen de win-wins);
  • meer kennis van financiële aspecten van de VAB's;
  • meer kennis van de praktijkkant van herbestemming.

En hij/zij kan met die inzichten en kennis:

  • boeren beter helpen om tot een weloverwogen beslissing te komen;
  • vanuit meerdere invalshoeken een aanvraag beoordelen;
  • de methode van de `Boerenladder´ toepassen;
  • meer ruimtelijke kwaliteit meenemen in het proces;
  • op een meer creatieve en open wijze zich begeven in het proces.


Doelgroep

De cursus is bestemd voor iedereen, die beroepsmatig te maken heeft of krijgt met herbestemming, sloop en functieveranderingen van vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen.

Primair zijn dit beleidsmedewerkers ruimtelijke ordening, landschap en milieu, maar daarnaast ook de plantoetsers.

Secundair zijn dit juristen ruimtelijke ordening en adviseurs/medewerkers van regionale omgevingsdiensten en terrein beherende organisaties.

Daarnaast is de cursus interessant voor ruimtelijke en agrarische adviesbureaus, landbouworganisaties, projectontwikkelaars, woningcorporaties, rentmeesters, landschapsarchitecten, makelaars landelijk vastgoed, banken en advocatuur.

 

Programma

09.30   Ontvangst en introductie met koffie/thee

09.40   Onderzoek, ontwikkelingen en trends - Edo Gies (Alterra)
10.15   Begrippen, beleidskader, wet- en regelgeving - Henk van Paassen (DOLA)
11.00   Koffie/theepauze
11.15   Aanpak/proces van functieverandering en boerenladder - Henk van Paassen (DOLA)
12.00   Overwegingen en financiële aspecten initiatiefnemer - Erwin Zark (Noordanus en Partners)

12.45   Lunch op locatie

13.30   1e VAB-praktijkexcursie
15.00   Koffie/theepauze
15.15   2e VAB-praktijkexcursie

16.30 - 16.45: Samenvatting en afsluiting

 

Onderwerpen

Ontwikkelingen en trends

  • Aard en omvang van de problematiek
  • Wie zijn de probleemeigenaren?
  • Dogma’s en vragen
  • Wat is nodig?
  • Bij wie ligt de regie?
  • Gemeente: van regisseren naar faciliteren
  • Particulier initiatief voorop
  • Conclusies en kansen

Begrippen en beleidskader

  • VAB-beleid
  • Visie Buitengebied
  • Nevenactiviteiten
  • Herbestemming en hergebruik
  • Functieverandering en krimp
  • Ruimte voor Ruimte per provincie
  • Rood voor Rood en Rood voor Groen
  • Kleurenpalet als hulpmiddel bij functieverandering
  • Sloopaspecten: sloopregistratie, sloopbank en sloopfondsen
  • Rijksbeleid/EU: POP-3, Ladder voor duurzame verstedelijking, Leader, asbest
  • Provinciaal beleid: Omgevingsvisies, Leegstandsbeleid, Pluspuntenbeleid
  • Regionaal beleid: Regiovisies Gelderse Vallei en Achterhoek, Menukaart FoodValley
  • Gemeentelijk beleid: Structuurvisies VAB’s, Sloopregelingen, VAB-bestemmingen
  • Wet- en regelgeving: juridische randvoorwaarden en consequenties Omgevingswet

Praktijkbezoek twee erven

U leert niet alleen de theorie, maar er worden met een bus ook een paar specifieke erven in de regio Eindhove bezocht. Op deze VAB-projecten wordt u door betrokken beleidsambtenaren uitgelegd, hoe de leegstand op het betreffende erf is aangepakt en wat het heeft opgeleverd. Directe koppeling theorie-praktijk.
In dit filmpje krijgt u een eerste indruk van de problematiek in Someren, een van de gemeenten die we bezoeken.


Financiering van functieverandering

  • Zonder financiering geen nieuwe functies
  • Subsidies en fondsen
  • Rol van de banken

Proces functieverandering vrijkomende agrarische bebouwing

  • Inhoud van het proces
  • Specifieke elementen
  • Samenwerking cruciaal
  • Ruimtelijke kwaliteit onontbeerlijk
  • Boerenladder als ingang voor het proces:
    • Gebouwen en grond (erf) zijn uitgangspunt bij het idee/initiatief
    • Omgeving en markt bepalen de randvoorwaarden
    • Ontwikkelingsruimte levert de meerwaarde voor maatschappij en landschap
    • Praktijkvoorbeelden van deelnemers gezamenlijk bespreken

Cursusleiding en docenten

Cursusleider is Henk van Paassen, adviseur van DORPenLANDadvies. Hij is al 30 jaar ruimtelijk adviseur landelijk gebied en goed thuis de RO-wereld van functieverandering, revitalisering en kwaliteitsverbetering in het landelijk gebied. Hij is als zelfstandig adviseur betrokken geraakt bij de totstandkoming van het Alterra-rapport over VAB’s (maart 2014). Sinds behoort hij tot de groep VAB-experts, die provincies en gemeenten adviseren bij het opzetten en invullen van het VAB-beleid.  Uit dien hoofde is hij goed bekend met de mogelijkheden en kansen die er zijn om meer ruimte te geven aan nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied. Zijn visie en bottom-up aanpak zijn een met het principe van Uitnodigingsplanologie en met de aankomende Omgevingswet.

Daarnaast treden er aantal docenten op:

  • Edo Gies is Senior Onderzoeker Regionale ontwikkeling en ruimtegebruik bij Wageningen Environmental Research (Alterra). Hij heeft een brede expertise op het gebied van (toekomstige) ruimtelijke en maatschappelijke vraagstukken in het landelijk gebied. Hij benadert vraagstukken vaak integraal en opereert graag op het grensvlak wetenschap en praktijk/beleid. Een van de thema’s die het de afgelopen jaren onderzocht heeft is vrijkomende agrarische bebouwing.  Hij is auteur van het Alterra-rapport Vrijkomende agrarische bebouwing in het landelijk gebied en heeft sindsdien voor meerdere regio’s nader onderzoek gedaan naar de oorzaken, gevolgen en oplossingsrichtingen.
  • Erwin Zark is werkzaam als Adviseur Landelijk Vastgoed bij Rentmeesterskantoor Noordanus & Partners. Als adviseur begeleidt hij agrariërs, particulieren, recreatieondernemers en overheidspartijen vóór, tijdens en na het functieveranderingstraject. Naast de planologische aspecten staan in zijn advisering exploitatie, beheer en fiscaliteit centraal.

Leegstaande ligboxenstal uit de jaren 70, die op het knooperf Achterveld getransformeerd gaat worden naar een werkschuur voor jong en oud uit het dorp Achterveld

Cursusmateriaal

Naast een map met de handouts van de presentatie en de bijlagen, is het ondersteunende materiaal voor de cursus digitaal beschikbaar op Omgevingsweb Professional. Er staat een apart dossier voor u klaar met alle stukken voor deze cursus. U heeft een maand lang toegang tot dit dossier. Ongeveer één week voor aanvang van de cursus ontvangt u van ons de inlogcodes en kunt u zich reeds inlezen in het onderwerp.

Optioneel kunt u de toegang tot Omgevingsweb Professional voor slechts € 100,-  verlengen naar 6 maanden toegang. U kunt dit aangeven op het aanmeldingsformulier.

 

Studie-uren

Voor deze cursus kunt u 5 studie-uren rekenen.
Voor advocaten: door de verandering van het reglement in 2010 kan de advocaat nu zelf beoordelen of een cursus bijdraagt aan zijn/haar vakbekwaamheid. Afhankelijk van het aantal studie-uren kan hij/zij zelf de opleidingspunten berekenen. Zie verder hier, bij onderdeel PE-punten.