De nieuwe gemeentelijke woonagenda | Berghauser Pont Academy

Data:
  • 1 dag in najaar 2017
Tijden:
  • 09.30 uur - 16.45 uur
Locatie:
  • Utrecht
Prijs:
  • € 595 ex btw
Collega's mee voor korting
Print deze pagina
1-daagse cursus

De nieuwe gemeentelijke woonagenda


Hoe krijgt de transitie van wonen, welzijn en zorg concreet inhoud in uw gemeente: een nieuwe basis voor communicatie met uw burgers en uw gemeentelijke sturing

  • Langer zelfstandig wonen: burgers en gemeenten aan zet
  • Het belang van een nieuwe  woonagenda: wat  vraagt de burger en wat vragen de aanbieders
  • De veranderingen in de markt.
  • Wettelijke rollen en verantwoordelijkheden bij wonen, welzijn en zorg
  • Integrale agenda voor wonen, welzijn en zorg
  • De voorbeelden van uw collega gemeenten.
  • Concreet aan de slag: hoe maak je een concrete woonagenda; hoe verbindt je op een praktische manier processen en systemen.

Aanleiding: de burger wil de regie houden

De transitie van wonen en zorg brengt voor de burger grote veranderingen. Uw bemoeienis met wonen, zorg en welzijn is fundamenteel veranderd. Steeds meer gemeenten maken van een klassieke (aanbod gestuurde) woonvisie een agenda op het wonen (vanuit de vraag van de burger). Een brede agenda die uit gaat van de samenhangende vraag naar wonen, welzijn en zorg.  Een andere  insteek die vertrekt bij het belang van de burger en van daaruit het belang van uw buurten, wijken en dorpen. De burger wil zelf verantwoordelijk zijn voor zijn eigen bestaan.  En u mag naast die burger staan.

De wetgever geeft u daarbij nieuwe rollen en verantwoordelijkheden. U mag de kaders maken en de regie voeren voor al uw burgers: zij die op eigen kracht vooruit kunnen maar ook voor die  die dat niet kunnen. Want niet iedereen is even sterk. Mensen moeten, ook met beperkingen, volop in staat zijn mee te doen aan het maatschappelijke leven. U staat voor de grote opgave dat samen met uw burgers in te vullen. Dat betekent dat nieuwe maatschappelijke vraagstukken vertaald moeten worden:

  • Hoe om te gaan met mensen die vaak met grote beperkingen thuis willen en moeten wonen?
  • Wat te doen met mensen die dan niet zelfredzaam blijken te zijn: oud of verward?  De intramurale voorzieningen zijn voor hen gesloten. Uw traditionele partners ( woningcorporaties en zorginstellingen) zijn vaak niet meer gemakkelijk aanspreekbaar.
  • Welke andere voorzieningen zijn nodig en wie gaat die realiseren? Hoe maak je een samenhangende gemeentelijke (omgevings)agenda die sturing geeft aan de prestatieafspraken met de woningcorporaties, de afspraken met de zorgaanbieders, de  keuze van sturing van voorzieningen in wijken en dorpen? De sturing van de aanbodkant

Maar misschien nog relevanter is uw communicatie met uw burgers: als zij verantwoordelijk zijn willen zij graag van u weten waar zij de komende langere termijn op kunnen rekenen: eigen verantwoordelijkheid is pas mogelijk bij een stabiele omgevingsontwikkeling.  Welk perspectief kunt u uw burgers geven? Hoe gaat u met uw burgers het gesprek aan?  Een concrete vernieuwde woonagenda anno 2017 brengt deze werkelijkheden bij elkaar.

 

Inhoud en resultaat

In de cursus wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste achtergronden die voor gemeenten van belang zijn bij het ontwikkelen van een integrale agenda gericht op wonen, welzijn en zorg. Besproken wordt hoe een concrete agenda is te ontwikkelen. De betekenis van een goede agenda  is drieledig:

  • Een goede agenda gaat in op de rol en de eigen verantwoordelijkheid van burgers. Een agenda geeft richting aan aanbieders van wonen, welzijn en zorg als het gaat om het ontwikkelen en aanbieden van diensten en producten die voor burgers relevant zijn.
  • Een agenda is ook van belang voor de ontwikkeling van het woon- en leefmilieu: van fysieke inrichting van buurten tot bereikbaarheid van voorzieningen (de agenda als basis voor een op te stellen omgevingsvisie).

Vanuit een analyse van de werkelijkheid worden de elementen van nieuwe woonagenda  benoemd en leren deelnemers hoe ze hier concreet mee aan de slag kunnen. Samen met u benoemen we de bouwstenen. Dan gaat het om het wat. Ook het hoe komt aan de orde. Hoe kun je vanuit onderliggende processen, structuren en systemen een fundament leggen. Twee relevante invalshoeken staan daarbij voorop: de agenda  die de communicatie met uw burgers invult en dezelfde  agenda die sturing geeft aan uw regierol in de markt.

De dag bestaat uit vier blokken. In ieder blok komt de wat vraag en de hoe vraag aan de orde. De rode draad is de vernieuwde gemeentelijke woonagenda:

  1. de ontwikkeling van de vraag
  2. het relevante wettelijke kader
  3. voorbeelden uit de praktijk.
  4. het kader voor een brede woonagenda

Doelgroep

De cursus is bestemd voor medewerkers bij gemeenten op het gebied van de volkshuisvesting/wonen, welzijn/ zorg, fysieke omgeving/ veiligheid en ruimtelijke ontwikkeling. Ook voor partners van gemeenten zoals woningcorporaties, ontwikkelaars, beleggers, aanbieders van welzijnsdiensten, zorgaanbieders, zorginstellingen en juristen van en voor gemeenten: alle partijen die een stevige basis onder hun kennis willen leggen over de ins en outs van het langer zelfstandig wonen om zo beter beslagen ten ijs te komen om kansen en risico’s  in beeld te krijgen en de eigen rol en verantwoordelijkheid daarbij te begrijpen.

 


Programma

1. Introductie op de cursus

Ingegaan wordt op de leerdoelen. Een eerste gesprek over de eigen beelden. Aan bod komen ook de persoonlijke leerdoelen (interactie). Het programma wordt besproken.

2. de ontwikkeling van de vraag

We benoemen de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen die u in samenhang moet onderkennen. Wat gebeurt er aan de vraagkant. Wat is de invloed van de vergrijzing in de samenleving. Wat betekent dat voor de woningmarkt. En wat voor welzijn en zorg en daarmee samenhangende diensten? Hoe gaat het met vraagstukken omtrent leefbaarheid . Wat kunt verwachten van het gedrag van ouderen. Met wat voor een soort concrete vragen moet u rekening houden. Het rijk maakt u als gemeente verantwoordelijk lokaal of regionaal tot een gezamenlijke, langjarige strategie en uitvoeringsagenda te komen waar woon- en zorgvisie hand in hand gaan. Hoe maakt u een hier praktische vertaling naar uw eigen situatie. Wat is er in de markt aan de hand en hoe kunt u daarmee om gaan. Wat zijn de belangrijkste processen, structuren en systemen en hoe brengt u die voor uzelf in kaart. Wat is hierbij een hanteerbare methodiek om door de bomen het bos te blijven zien.

3. het relevante wettelijke kader

U wordt geconfronteerd met diverse wetten op het gebied van wonen, welzijn en zorg. De wetgever benoemt uw concrete verantwoordelijkheden. De nieuwe omgevingswet stelt de burger en zijn/haar woonomgeving centraal. U krijgt in dit blok  zicht op de eisen die de wetgever aan u stelt en die voor uw vernieuwde woonagenda randvoorwaardelijk zijn. Wat zijn uw wettelijke verantwoordelijkheden. In uw systemen en processen binnen uw gemeente  vindt hiervan een vertaling plaats. Vaak gebeurt dit binnen de domeinen van de specifieke wetgeving bij de daarop ingerichte afdelingen. Kent u deze processen waar uw collega’s zich dagelijks mee bezig houden?  Vaak zijn ook deze processen relevant voor een samenhangende woonagenda. De vraag is aan de orde hoe deze onderling zijn te relateren. De vernieuwde woonagenda als integratiekader voor de “domein eigen” processen. Hoe maak ik hier op een praktische manier een schil.

4. Voorbeelden uit de praktijk.

Er zijn gemeenten die al langere tijd het perspectief van integratie van wonen, welzijn en zorg op hun agenda hebben.  Wat zijn hier de goede voorbeelden? Wat is de kracht van deze voorbeelden voor een gemeentelijke woonagenda. Welke concrete processen zijn hier relevant en hoe zijn die processen in te vullen?  Op welke wijze zien we hier een vertaling naar de prestatieafspraken met huurdersorganisaties en woningcorporaties? Hoe krijgt dit in die gemeenten vorm? Wat zou daar nog beter kunnen?  Lukt het deze gemeenten ook een relatie te leggen met de zorgaanbieders, met de ontwikkelaars en bouwers? Hoe zouden ze dat kunnen doen. Welke processen zijn daarbij relevant.

5.  het kader voor een brede woonagenda

Vanuit de diverse bouwstenen  ontstaat het kader waarbinnen juist burgers, beleggers, woningcorporaties, zorgaanbieders, welzijnsaanbieders en aanbieders van tal van producten zich kunnen richten op de invulling van de zich ontwikkelende vraag. Langer zelfstandig wonen is een integraal vraagstuk vanuit de optiek van de burger.  Maar in de gemeentewereld zijn de verschillende wettelijke domeinen vaak ondergebracht bij afzonderlijke afdelingen en wethouders. Hoe kunnen zij gezamenlijk toch tot een optimale aanpak komen?  Wat verwachten burgers van de agenda van hun gemeente. Zij vertrekken bij hun integrale vraag. Een heldere gemeentelijke agenda geeft duidelijkheid voor burgers wat zij kunnen verwachten en hoe zij zelf kunnen anticiperen op richting aan mogelijke vraaginvulling. En hoe zit het met de marktregie. Wat hebben aanbiedende partijen nodig van de gemeente? Hoe geven zij vorm aan hun verantwoordelijkheid en wat zouden zij van de gemeente willen? Welke kansen zijn er voor hen en hoe zijn die met een goede gemeentelijke agenda af te dwingen?

6. Tot slot

Het resultaat ligt voor. Wat vinden we daarvan? Hoe gaan we dat vertalen naar de eigen omgeving? Wat betekent dat? Is het enkel een goede oefening vandaag om zicht te krijgen op de werkelijkheid van maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van wonen, welzijn en zorg of kan het meer betekenen? Blijft het virtueel of wordt het levensecht? Deelnemers komen hier tot hun eigen conclusies over de woonagenda.

 


Cursusleiding en docenten

De cursusleiding is in handen van drs. Ton Streppel partner van bureau073, volkshuisvesting en ruimte. Ton heeft een brede bestuurlijke en inhoudelijke ervaring. Hij kent het domein van het wonen uit zijn broekzak. Hij was lid van het landelijke aanjaagteam langer zelfstandig wonen. Hij voelt zich (met jarenlange directie ervaring) ook thuis in het gemeentelijk domein. Hij is in staat vanuit diverse invalshoeken tot analyses te komen en begrijpt de taal van de vele disciplines. Hij houdt van verbinden en van resultaat: daarbij daagt hij graag zijn omgeving uit. Hij kan tijdens de cursus makkelijk van invalshoek veranderen en inspringen op vragen van allerlei spelers in het veld. Zo verzorgt hij een interactieve dag die een stevige basis biedt voor de dagelijkse praktijk.

Peter Morren Msc van Stylus consultancy houdt zich dagelijks bezig met business processen. Hij heeft brede ervaring in alle domeinen binnen markt, woningcorporaties en overheid. Hij is altijd bezig organisaties te verbeteren door mensen naar de essenties van processen te laten kijken. Peter spreekt de taal van de gebruiker. Hij leert hen te begrijpen dat processen de inhoud verbinden en hoe je daar in je dagelijkse werk  profijt van kunt hebben. Hij vertaalt vandaag voor deelnemers hoe zij hier vanuit de woonagenda mee kunnen omgaan.

Drs. Han te Brummelstroete is een ervaren gemeentelijke beleidsmedewerker (Tilburg) op het brede gebied van wonen en zorg. Hij participeert regelmatig in onderzoek van Platform 31 en de VNG op dit terrein. Hij kent de gemeentelijke omgeving uit zijn broekzak en zal een heldere analyse op tafel leggen van de goede en foute voorbeelden over een woonagenda.

 


Cursusmateriaal

Naast een map met de handouts van de presentatie en de bijlagen, is het ondersteunende materiaal voor de cursus digitaal beschikbaar op Omgevingsweb Professional. Er staat een apart dossier voor u klaar met alle stukken voor deze cursus. U heeft een maand lang toegang tot dit dossier. Ongeveer één week voor aanvang van de cursus ontvangt u van ons de inlogcodes en kunt u zich reeds inlezen in het onderwerp.

Optioneel kunt u de toegang tot Omgevingsweb Professional voor slechts € 100,-  verlengen naar 6 maanden toegang. U kunt dit aangeven op het aanmeldingsformulier.


Studie-uren

Voor deze cursus kunt u 6 studie-uren rekenen.

Voor advocaten: door de verandering van het reglement in 2010 kan de advocaat nu zelf beoordelen of een cursus bijdraagt aan zijn/haar vakbekwaamheid. Afhankelijk van het aantal studie-uren kan hij/zij zelf de opleidingspunten berekenen. Zie verder hier, bij onderdeel PE-punten.

Voor commissarissen en bestuurders van woningcorporaties gelden ook 6 contacturen en 6 PE punten. Daarbij moeten zij wel instemmen met de door hun branche gestelde voorwaarden. Deze punten worden verstrekt door de school voor nieuwe volkshuisvesting: een onderdeel van bureau073.

 

In samenwerking met: